Het ging er minder heftig aan toe dan op de redactie van De Morgen (waarvan u hier een indringend verslag leest), maar de sfeer was er niet beter op vanmorgen. Vorige week kregen we het verrassende bericht dat er 4 mensen ontslagen werden op onze redactie. Door de economische situatie en de groeiende malaise in de journalistiek, was het misschien ergens te verwachten alhoewel niemand aan dit doemscenario wilde denken. Ontslag is immers de laatste reddingsboei. "Ik heb geen plan B in mijn mouw zitten", klonk het vanmorgen uit de mond van de directeur. De hoofden naar beneden, de zaal omhuld in stilzwijgen. De onzekerheid smaakte bitter, de woorden klonken weinig hoopvol. Dat ons weinig schuld treft, dat wel. Maar toch...
"We zullen meer op elkaar moeten rekenen, bijspringen waar nodig." Ironisch genoeg werd dat al meteen duidelijk. Nu al blijkt dat onverwachte afwezigheden door ziekte nefast zijn op het werkritme. Het vertrouwen lijkt me niet zozeer geschonden binnen de groep, al vrees ik wel dat 'nauwere samenwerking' en 'nog meer flexibiliteit' geen goede zaak zal zijn voor medewerkers die nu al op hun tandvlees zitten. We're all in this together, dus heeft het inderdaad weinig zin om ons hoofd te laten hangen, maar iedereen vraagt zich elke dag meer en meer af: hoe lang nog? En vooral: wat is de volgende stap? En misschien nog vreemder: hoe komt het dat ik geloof in een positievere toekomst?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten